Sluiten Close icon
Sluiten Close icon
Sluiten Close icon
Sluiten Close

Ontdek Brainport

Ondernemen & Innoveren

Leren & Werken

Partnership Brainport Eindhoven & PSV

Sluiten Close

Eerst de data op orde, dan ruimte om te groeien

Geschreven door Brainport Eindhoven

09 februari 2024

Geschreven door Brainport Eindhoven

09 februari 2024


Grootverbruikers op bedrijventerrein De Waterlaat werken samen aan een Local Energy Hub

Geen nieuwe aansluitingen, geen uitbreidingen, geen mogelijkheden om stroom terug te leveren, laat staan met andere ondernemers te delen. Netcongestie - het fenomeen dat optreedt als de infrastructuur de groeiende vraag en aanbod van stroom niet meer aankan - houdt ondernemend Nederland in zijn greep. Het is geen lokaal probleem, maar in Bergeijk wordt wel hard gewerkt aan een lokale oplossing. Met een ‘local energy hub’ willen de negen grootste stroomverbruikers op bedrijventerrein De Waterlaat een einde maken aan de beperkingen die Enexis ze momenteel oplegt. Samen zijn ze goed voor het grootste deel van het energieverbruik op het bedrijventerrein.

Overal wordt nagedacht over een uitweg, maar in de meeste gevallen staan wetten, regels en personeelstekorten in de weg. Het noopt Enexis tot drastische maatregelen, om te voorkomen dat het hele net het begeeft. Nederland is te laat gaan nadenken over de gevolgen van de enorm gegroeide vraag naar elektriciteit en het gelijktijdig toegenomen aanbod. Al die extra stroom past niet meer op ons oude vertrouwde netwerk en dus kan Enexis niks anders doen dan ‘nee’ verkopen.

Maar in Bergeijk leggen ze zich daar niet bij neer, zegt Denise de Ronde, werkzaam als beleidsmedewerker duurzaamheid bij de gemeente. “De grootverbruikers op De Waterlaat zaten al snel tegen de grens van hun bestaande aansluiting. En tegelijkertijd kwamen de eerste signalen van Enexis dat ook nieuwe aansluitingen niet meer vergeven konden worden.” Zelfs binnen één bedrijf kan de energie niet worden overgeheveld van de ene dochter naar de andere, ook niet als die twee entiteiten op één terrein zitten. “In korte tijd raakte iedereen ervan doordrongen dat het echt wel een groot probleem zou gaan worden.”
 

Meedenken

De gemeente is gaan meedenken over een oplossing. “Daarbij hebben we in het begin vooral ingezet op het informeren en het organiseren van de ondernemers zelf”, zegt Denise de Ronde. “Op de Waterlaat is geen parkmanagement, dus dat komt echt uit de ondernemers zelf. Vervolgens kwam daar projectleiding vanuit het Kempisch Ondernemers Platform (KOP) bij, en vanaf dat moment zijn we echt kijken naar wat de mogelijkheden zijn van een Local Energy Hub en hoe dat dan technisch in elkaar moet steken.”

Vanuit het KOP werd Jan Rietdijk als projectleider aangesteld en konden de eerste stappen worden gezet voor de voorbereiding van de hub. “We zijn gaan kijken hoe we binnen de bestaande wetgeving stappen kunnen zetten. Natuurlijk snappen we dat dit eigenlijk pas goed kan als er nieuwe wetgeving is, maar daar kunnen we niet op wachten. We moeten nu al op zoek naar manieren om gezamenlijke capaciteit te delen, pieken op elkaar af te stemmen, met een accu de balans te herstellen en mogelijk ook gezamenlijk energie in te kopen. Met als doel dat elk bedrijf zich verder kan ontwikkelen en de noodzakelijke verduurzaming door kan zetten. En uiteindelijk ook de kosten terug te dringen, want dat is natuurlijk ook een drijfveer voor ieder bedrijf. Op basis van die combinatie van wensen - en de hulp van de gemeente - is het gelukt daarin gezamenlijk te gaan optreden.”

Om dat concreet vorm te geven is er begin dit jaar een intentieverklaring ondertekend en werd er subsidie aangevraagd bij Metropoolregio Eindhoven. Daarmee is er naast de bijdrage van de ondernemers en de gemeente wat extra ruimte gekomen voor de vervolgstappen. In eerste instantie gaat het dan om de software die kan meten hoe het energieverbruik precies plaatsvindt en vervolgens kan gaan sturen om dat verbruik in balans te houden.

Kwartierdata

Bij het meten draait alles om de kwartierdata, het exacte verbruik op elk kwartier van het jaar. “Als we die data van alle grootverbruikers op de Waterlaat verzameld hebben, dan kunnen we vanzelf zien waar de bottlenecks zitten, hetgeen ook voorspellende waarde heeft. Met die gegevens in de hand hebben we weer bij Enexis aangeklopt, om ze te zeggen dat we er klaar voor zijn. We hebben ze om toestemming gevraagd om stappen te kunnen zetten voor het gezamenlijk gebruik van die local energy hub.” Rietdijk verwacht dat begin volgend jaar technisch en organisatorisch mogelijk moet zijn om de hub daadwerkelijk te activeren. Maar dan moet Enexis natuurlijk wel meewerken.

Enexis heeft momenteel drie pilots in Nederland, waar dit soort oplossingen al getest kunnen worden. De Waterlaat zit daar niet bij, maar een van de pilots is op het Kempisch Bedrijvenpark in Hapert en daar hoopt ook De Waterlaat zijn voordeel mee te kunnen doen. Bijvoorbeeld door mee te liften op de concept-groepscontracten die daar nu bedacht worden. “We gaan er hoe dan ook alles aan doen om na die periode van meten en inregelen ook daadwerkelijk de gewenste fysieke oplossingen te kunnen gaan uitrollen.” Rietdijk put daarbij ook hoop uit de recente brief van demissionair minister Rob Jetten waarin hij aangeeft dat local energy hubs speerpunt worden in de energietransitie.

Een  van de uitdagingen in het hele proces tot nu toe is het “aan tafel houden” van alle ondernemers, zegt Denise de Ronde. “Want voor elk van hen is de situatie weer anders. Sommigen hebben zelf al verduurzamingstappen kunnen zetten, door bijvoorbeeld meters te plaatsen en zo weglekkende stroom te ontdekken. Anderen willen al batterijen gaan aanschaffen, of lopen tegen de eerste boetes van Enexis aan.”

 

Conglomeraat vormen

Er zijn inderdaad nog wel een paar onzekerheden, beaamt Rietdijk. “Het is helder dat er zonder de toestemming van Enexis niks gebeurt. Maar daarnaast moeten we echt een conglomeraat weten te vormen van die bedrijven die nu zijn gaan samenwerken. Het is niet vanzelfsprekend dat dat gebeurt, want er zijn ook andere krachten waar ze mee te maken hebben. De kosten van de energiecontracten lopen bijvoorbeeld nogal uiteen: voor een bedrijf met een duur contract is het natuurlijk veel aantrekkelijker om mee te doen dan eentje met een goedkoper contract. Het is aan ons om die uitersten toch op één lijn te houden. Uiteindelijk zal de een best een beetje meer voordelen hebben dan de ander, maar dat is dan maar zo.”

Onder aan de streep gaat de local energy hub in Bergeijk volgens Rietdijk drie, of misschien wel vier zaken oplossen: “Op de eerste plaats komt natuurlijk dat ondernemers de stroom kunnen krijgen en leveren die ze nodig hebben. Direct daarna komen de groeimogelijkheden van die bedrijven en ten derde zijn er de mogelijke kostenbesparingen. Tenslotte zou je er nog aan kunnen denken om met zo'n setup te gaan handelen op de markt. Maar dat hebben wij nu nog voor ons uit geschoven, daar willen we nu nog niet aan gaan denken.”
 

Wacht niet af

Intussen is de belangrijkste tip die Rietdijk en De Ronde andere ondernemers, bedrijventerreinen en gemeenten kunnen geven zo helder als wat: “Wacht niet af tot de situatie helemaal onhoudbaar wordt. Ga nu alvast nadenken over oplossingen die passen in de eigen omgeving. Dat hoeft geen kopie te zijn van wat wij hier doen, maar vanzelfsprekend leggen we graag aan iedereen die interesse heeft uit hoe wij te werk zijn gegaan.”