Zo ver als het net reikt: viskwekerij Brabant Fish benut elke kilowatt en kijkt verder dan het eigen erf

Fotografie door: Brainport Development
Brainport Eindhoven logo
Geschreven door Brainport Eindhoven
17 juni 2026 Fotografie door: Brainport Development

Bij Brabant Fish in Son begint duurzame viskweek met water dat altijd in beweging blijft. Vijf miljoen liter water wordt er dag en nacht rondgepompt, verwarmd, gefilterd en gecontroleerd. In dat gesloten systeem kweekt het familiebedrijf Claresse: een eigen kruising van twee meervalsoorten, ontwikkeld voor een mooie filet en een hoge vleesopbrengst. Alles gebeurt in Son; van geboorte en groei tot verwerking. Daardoor gaat een vis die ’s morgens nog rondzwemt, dezelfde middag al verpakt richting klant. Doordat kweek en verwerking op één plek plaatsvinden, blijven transportbewegingen beperkt en houdt het bedrijf grip op kwaliteit. 

Voor Mark Foolen is die korte keten essentieel. Brabant Fish concurreert op kwaliteit en betrouwbaarheid. Juist daarom wil het familiebedrijf zoveel mogelijk in eigen hand houden: van kweek tot verwerking en, steeds vaker, ook de eindverpakking. 

Foolen runt het bedrijf samen met zijn twee broers. Geert richt zich op de kweek, Frank op verwerking, verkoop en personeel, Mark op techniek, onderhoud en nieuwbouw. Die taakverdeling is bewust gekozen. “Zodat de familiebanden goed blijven”, legt hij uit. De basis werd in 1996 gelegd, toen zijn ouders na de varkenshouderij met vis begonnen. Eerst met paling, later met tilapia. Paling maakte het bedrijf afhankelijk van vangst uit zee, terwijl de tilapiamarkt onder druk kwam door goedkope import. De zoektocht naar meer grip op kwaliteit bracht de familie bij Claresse. 

Alles heeft waarde 

De duurzame logica van Brabant Fish begint bij een eenvoudige gedachte: niets verspillen wat nog waarde heeft. Dat geldt voor water, warmte, grondstoffen en de vis zelf. De kweek is gesloten en zonder antibiotica. In de basis draait het om water, vis en voer. 

Ook bij de reststromen zoekt Brabant Fish naar de hoogste waarde. Uit de huid wordt collageen gewonnen, snijresten gaan naar verwerkers en voor graten en koppen kijkt het bedrijf naar toepassingen als soep of bouillon. Meer waarde halen uit reststromen klinkt logisch, maar vraagt opnieuw om energie: voor invriezen, drogen of verdere verwerking. Juist die energie is schaars. Zo wordt zelfs de vraag wat je met reststromen doet onderdeel van de energiepuzzel. 

Vakmanschap zonder grootspraak 

Wie Foolen hoort vertellen, merkt dat hij zichzelf niet snel op een voetstuk zet. Brabant Fish is volgens hem “eigenlijk wel echt boer”: praktisch, van onderop gegroeid en terughoudend in zelfpromotie. Die bescheidenheid doet het bedrijf misschien tekort. Achter de nuchtere toon schuilt een onderneming die verder is dan je op het eerste gezicht zou denken: in lokale voedselproductie, restwarmtebenutting, circulariteit en slim omgaan met energie. 

Het vakmanschap houdt Foolen niet voor zichzelf. Brabant Fish deelt kennis met andere kwekerijen, in Nederland en daarbuiten. “Ook al zijn we concurrenten, het is belangrijk dat iedereen een goed product op de markt zet”, zegt hij. Een slechte ervaring met één product kan het vertrouwen in vergelijkbare vis immers net zo goed beschadigen. 

Die houding reikt verder dan Nederland. In Afrika helpt een bioloog van Brabant Fish mee om viskwekerijen vanaf de basis op te zetten. Foolen noemt het bijna terloops een morele verplichting. Kennis die je hebt, kun je ook delen. 

 

Elke graad warmte telt 

Energie is onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering. In de kwekerij moet het water continu rond de zevenentwintig graden blijven, terwijl pompen dag en nacht doordraaien. Ook koel- en vriesinstallaties zijn onmisbaar om versheid en kwaliteit te borgen. Stilstand is bij levende vis geen optie. 

Daarom heeft het bedrijf de afgelopen jaren vrijwel elke energiestroom opnieuw bekeken. Het water wordt verwarmd met warmtepompen die restwarmte benutten. Warmte uit koel- en vriescellen wordt teruggewonnen en opnieuw gebruikt in de kwekerij. Onder het bedrijf ligt een warmtenet. Alleen in de winter is door de beperkte stroomcapaciteit op de aansluiting nog gas nodig. “Als we een dak hebben, moeten er zonnepanelen op. Als er warmte vrijkomt, moet die de kwekerij in”, vat hij zijn benadering samen. Als werktuigbouwkundige zoekt Foolen op technisch gebied veel zelf uit. Energie is kostbaar, warmte weggooien is zonde en een slimmer systeem maakt het bedrijf robuuster. 

Die aanpak maakt verschil. Op zonnige dagen kan het bedrijf het verbruik overdag volledig dekken door de zonnepanelen. Dankzij deze panelen wekt het bedrijf de helft van de benodigde energie zelf op. Toch is de energiepuzzel daarmee niet opgelost. De zon schijnt niet altijd, de winter vraagt meer vermogen en de processen in de kwekerij laten zich beperkt sturen. “Het is levend spul”, zegt Foolen, een kweeksysteem vraagt continuïteit. 

Vooruitlopen zonder af te wachten 

Die vooruitstrevende aanpak heeft ook een keerzijde. Brabant Fish liep meerdere keren vóór de subsidies uit. Warmtepompen werden geïnstalleerd vlak voordat regelingen beschikbaar kwamen en het warmtenet viel buiten subsidies omdat het onderdeel was van nieuwbouw. Toch wachtte het bedrijf niet af. “Je doet het omdat je dat wil”, zegt hij. “En omdat je het belangrijk vindt om uit te dragen dat je het goed doet. Maar ja, het is wel jammer als naderhand pas de subsidiepotjes komen.”  

Sturen op pieken 

De volgende stap draait om het moment waarop energie wordt gebruikt. Brabant Fish heeft recent accu’s geplaatst en werkt aan de uitrol van een energiemanagementsysteem. Daarmee kan het bedrijf installaties beter afstemmen op zonopwek, stroomprijzen en piekmomenten. 

Sommige processen bieden speelruimte. Bij veel zon kan een vriesinstallatie harder draaien. Op dure of drukke momenten kan diezelfde installatie tijdelijk worden teruggeschakeld, zolang de productkwaliteit geborgd blijft. De accu’s helpen om pieken op te vangen en binnen het afgesproken transportvermogen te blijven. De batterij heeft een vermogen van één megawatt. De installatie draait pas twee maanden, dus de eerste winter moet nog uitwijzen of de batterijen voldoende ruimte bieden. 

Die verfijning is nodig, omdat Brabant Fish tegen de grenzen van zijn aansluiting aanloopt. De plannen van het bedrijf vragen meer stroomruimte dan op dit moment beschikbaar is. Eerder moest werk daardoor zelfs tijdelijk worden uitbesteed. Voor Foolen past dat niet bij de aard van het product. Hij wil de keten kort houden en de kwaliteit tot het moment van vertrek volledig kunnen bewaken. 

Groei vraagt stroomruimte 

Een nieuwe hal op het terrein laat zien waar Brabant Fish naartoe wil. De ambitie zit niet in grotere aantallen vis, maar in meer waarde toevoegen aan het product. Waar nu nog veel vis in grotere dozen naar afnemers gaat, wil het bedrijf verder richting consumentverpakkingen, gekruide producten, voorgegaarde vis of complete maaltijdcomponenten. 

Ook die stap is ontworpen om meer energie op te leveren dan te verbruiken. De hal met koelopslag, vriesopslag en verwerkingsruimtes is energiepositief. De zonnepanelen op het dak voorzien de koelinstallatie volledig en alle restwarmte wordt benut in de viskwekerij, waardoor er meer energie uit het pand komt dan er wordt verbruikt. 

Toch vraagt verdere verwerking opnieuw om capaciteit. Verhitten, koelen, vriezen, verpakken: elke stap moet passen binnen de beschikbare stroomruimte. De bestaande processen kunnen niet zomaar worden teruggeschakeld en nieuwe activiteiten moeten het hele jaar betrouwbaar kunnen draaien, ook in de winter. 

Foolen formuleert het nuchter: “Er is ook een winterperiode waarin je wilt leveren. Dan kun je geen nee zeggen.” Brabant Fish staat op de wachtlijst voor extra capaciteit, maar wanneer die beschikbaar komt is onduidelijk. Netcongestie wordt daarmee heel concreet. Het bepaalt niet alleen de energierekening, maar ook het tempo waarin een bedrijf kan vernieuwen, verduurzamen en waarde toevoegen. 

Samen slimmer met stroomruimte 

Brabant Fish kijkt daarom verder dan het eigen erf. Samen met bedrijven in de omgeving onderzoekt Foolen of hun energieprofielen elkaar kunnen aanvullen. Als het ene bedrijf veel vermogen vraagt op momenten dat een ander juist minder gebruikt, ontstaat er mogelijk ruimte om de beschikbare capaciteit slimmer te benutten. Het is nog pril, benadrukt hij, maar de gedachte spreekt hem aan: “Volgens mij kan er iedereen beter van worden.” 

Die gedachte past bij de manier waarop Brabant Fish al langer werkt: kijken waar ruimte zit, en die zo goed mogelijk benutten. Binnen de eigen muren gebeurde dat met warmte, water en reststromen. Nu verschuift dezelfde logica naar samenwerking in de directe omgeving. Op langere termijn kan ook de inpassing in het energielandschap Sonniuswijk mogelijk meerwaarde bieden. 

Bouwen op wat werkt 

Succes betekent voor Foolen niet automatisch verdubbelen of zo snel mogelijk groeien. “Wat is succes?”, vraagt hij zich hardop af. “Ik denk dat het een succes is dat we met drie broers zijn en we onze gezinnen kunnen onderhouden met dit bedrijf. Of sterker nog: ook alle families van de medewerkers die bij ons werken.” Bij Brabant Fish werken ongeveer vijfentwintig mensen. Zijn ouders zijn nog dagelijks betrokken. 

Voor Foolen zit de rol van Brabant Fish in de energietransitie vooral in wat het bedrijf dagelijks doet. “We zijn niet zo’n roepers”, zegt hij daarover. De praktijk vertelt het verhaal: kwaliteit staat voorop en elke stap in het proces wordt steeds verder verfijnd. Warmte wordt teruggewonnen, stroom wordt opgeslagen, reststromen krijgen een betere bestemming en installaties worden steeds slimmer aangestuurd. 

De volgende stap is voor Foolen vooral praktisch: meer waarde toevoegen aan de vis, de kwaliteit in eigen hand houden en tegelijk binnen de grenzen van de beschikbare stroomruimte blijven. Brabant Fish wil vooruit, maar alleen op een manier die past bij het bedrijf: zorgvuldig, nuchter en zo ver als het net reikt.