Hoe meertalige opvang internationale kinderen én ouders helpt settelen

Kinderopvanglocaties in de Brainportregio zien het aantal kinderen met uiteenlopende culturele achtergronden toenemen. Bij Nemo, Columbus en Apollo Childcare in Eindhoven is die diversiteit al langer zichtbaar. Op deze meertalige locaties spreken de medewerkers Engels én Nederlands en is er aandacht voor culturele verschillen. Marta van der Velden, directeur van Columbus en Apollo Childcare: ‘Diversiteit is méér dan poppen met verschillende huidskleuren.’
Het is een regenachtige dag bij Columbus Childcare. Kinderen spelen buiten, stampen in plassen en rennen over modderige paden. Voor veel Nederlanders is dat beeld doodnormaal. ‘Hier zeggen we: hop, naar buiten, lekker vies worden’, zegt Marta. ‘In andere landen is dat onvoorstelbaar. Daar vinden ouders het belangrijk dat hun kinderen in nette kleding rondlopen, ook als ze naar de kinderopvang gaan. Met sommige ouders bespreken we daarom hoe we omgaan met die kleren als we naar buiten gaan. Zo bewegen we mee, waar dat kan.’ Andersom gebeurt ook. Dat maakt Janneke Caris, teamleider van Nemo Childcare, met een voorbeeld duidelijk. ‘In veel landen is een warme lunch gebruikelijk. Hoewel een groot deel van onze kinderen niet-Nederlands is, eten we tóch brood. Aan ouders leggen we uit waarom we dat doen: als hun kinderen straks naar een Nederlandse school gaan, lunchen ze ook uit hun broodtrommeltje.’
Settelen in een nieuw land
Met cultuurverschillen als deze hebben de meertalige kinderopvanglocaties dagelijks te maken. ‘Dat maakt ons werk juist interessant’, vindt Janneke. ‘Het daagt me uit.’ Voor Marta is de drijfveer nog persoonlijker. ‘Ik kom zelf uit Portugal en verhuisde op mijn vijftiende naar Nederland. Ik weet hoe het is om in een nieuw land te settelen. Daar help ik anderen graag bij.’ Marta is niet de enige medewerker met zo’n verhaal. ‘Mijn collega’s komen uit Spanje, Finland, Duitsland, Turkije… eigenlijk overal ter wereld. Dat kan ook, omdat we hier werken volgens het One Teacher One Language-principe. De helft van de leidsters spreekt Engels en de andere helft Nederlands.’ Volgens Janneke werkt ook Nemo Childcare naar dat principe toe.
De Engelssprekende medewerkers komen vaak naar Nederland vanwege het werk van hun partner of vanwege de liefde. ‘Per week krijg ik meerdere open sollicitaties, vanuit allerlei landen’, zegt Marta. ‘We vragen ze meestal eerst of ze hun diploma in Nederland kunnen valideren. Wanneer dat niet mogelijk is, biedt Summa een omscholingstraject aan internationals die graag met kinderen werken, maar nog niet de juiste papieren hebben.'

Een Turkse theepot is niet genoeg
Met zoveel verschillende kinderen onder één dak kun je niet anders dan veel leren over cultuurdiversiteit. Dat geldt ook voor Marta en Janneke, die intussen aardig wat tips hebben voor andere kinderopvanglocaties. ‘Je ziet dat organisaties die cultuursensitief willen werken vaak als eerste poppen met verschillende huidskleuren aanschaffen’, zegt Marta. ‘Of een Turkse theepot om mee te spelen. Het idee daarachter is super goed: je wil dat het kind zich thuis voelt. Maar daarmee ben je er nog niet. Sommige Turkse ouders gebruiken zo’n theepot bijvoorbeeld niet. Ik draai het dus liever om en vraag ouders om iets van thuis mee te nemen, bijvoorbeeld een lege verpakking van een typisch Turks product. Dat herkent het kind sowieso.’ Bij Columbus, Apollo en Nemo Childcare wordt dan ook uitgebreid de tijd genomen voor gesprekken met ouders. Janneke: ‘Wat vinden zij belangrijk voor hun kind? En wat kunnen we wel en niet bieden? Zo zorgen we dat verwachtingen goed op elkaar afgestemd zijn.’
Van weerstand naar een open blik
Die verwachtingen van internationale ouders schuren nog weleens met de normen en waarden van Nederlandse medewerkers. Janneke: ‘Veel kinderen komen hier vijf dagen per week. In Nederland is dat niet de norm, sommige Nederlanders vinden het zelfs zielig. Maar dat is óns perspectief. In veel landen is vijf dagen opvang namelijk wél de norm.’ Marta herkent dat. ‘Een kind een kus geven is in de Nederlandse kinderopvang niet gebruikelijk, maar in Zuid-Europese landen wel. Als een ouder zo’n cultuurverschil aangeeft, ben je als medewerker al snel geneigd in de verdediging te schieten: ‘wij doen het zo’. Dat is een natuurlijke reactie, maar het is belangrijk om een open blik te houden.’ De twee stimuleren collega’s dan ook om met ouders gesprekken te voeren, de eigen grenzen duidelijk aan te geven en niet in te vullen, maar te vragen. Janneke: ‘En betrek ouders bij activiteiten. We hebben bijvoorbeeld pas Chinees Nieuwjaar gevierd en ouders gevraagd materialen mee te nemen. Zij voelen zich betrokken en kinderen herkennen iets van thuis. Dat is mooi om te zien.’
Wereldwijs in de kinderopvang
De Brainportregio is een technologische en internationale regio waar kinderen opgroeien met verschillende talen, culturen en perspectieven. De kinderopvang vormt daarin een belangrijke eerste schakel in de ontwikkeling van talent: hier maken jonge kinderen kennis met de wereld om hen heen en leren zij samenleven in een diverse omgeving.
Lees meer over Wereldwijs in de kinderopvang