Een toekomst waarin data de weg wijst

Fotografie door: Brainport Development
Brainport Eindhoven logo
Geschreven door Brainport Eindhoven
20 mei 2026 Fotografie door: Brainport Development

Hoe RAI Vereniging, TNO en partners bouwen aan de digitale infrastructuur voor slimme mobiliteit 

De toekomst van mobiliteit speelt zich niet langer alleen af op het asfalt; ze ontstaat in de datastromen tussen voertuigen, sensoren en verkeerssystemen. Binnen het programma DITM (Digitale Infrastructuur voor Toekomstbestendige Mobiliteit) leggen RAI Vereniging, TNO en hun partners de fundamenten voor een slim en verbonden mobiliteitssysteem, waarbij samenwerken voorop staat. 

Twee mensen die dat proces van dichtbij aanjagen zijn Bram Hendrix van RAI Vereniging en Wiljan Willems van TNO. Hendrix is verantwoordelijk voor de programma’s Smart Mobility, digitalisering en internationalisering binnen de automotive-sector. Willems werkt bij TNO aan de transitiepaden die technologie vertalen naar maatschappelijke impact. Samen zorgen zij ervoor dat Nederland voorop blijft lopen in slimme, veilige en duurzame mobiliteit. 

Van visie naar routekaart 

“Binnen de automotive-industrie zijn we jaren geleden gestart met een duidelijke roadmap,” begint Bram Hendrix zijn verhaal. “Dat plan is gebaseerd op belangrijke maatschappelijke doelen: nul uitstoot, nul verkeersslachtoffers en nul files. Ambitieuze doelen, maar ze geven richting aan wat we doen.” Vanuit die visie ontstond het programma DITM, waarin publieke en private partijen samenwerken aan de digitale infrastructuur voor mobiliteit. Binnen dit programma vormen de transitiepaden – gecoördineerd door RAI Vereniging en TNO – de ruggengraat van de samenwerking. 

Hendrix verduidelijkt: “Onze rol is tweeledig. Enerzijds ondersteunen we Brainport bij het overkoepelende projectmanagement. Anderzijds kijken we binnen de transitiepaden naar de samenhang: waar zijn we begonnen, wat hebben we bereikt en wat ontbreekt er nog? Als we iets missen, zorgen we dat er vervolgprojecten komen.” Digitalisering is volgens hem een complex speelveld met veel belangen. “Sommige partijen zitten in het project, andere juist niet. Daarom is het cruciaal om contact te houden met de buitenwereld. We willen niet losraken van wat daar gebeurt, want digitalisering staat nooit stil.” 

De brug tussen data en daadkracht 

Waar Hendrix vooral de lijnen uitzet en de verbinding houdt met de industrie, richt Willems zich op het bouwen van bruggen tussen technologie, beleid en praktijk. “We proberen steeds te begrijpen: waar stonden we, waar staan we nu, en waar willen we naartoe? En vooral: wat is daarvoor nodig?” legt hij uit. “Onze rol is om partijen bij elkaar te brengen en te verbinden; niet alleen technisch, maar ook inhoudelijk en strategisch.” 

Een concreet voorbeeld is het gebruik van data in de praktijk. “Automatisch rijdende voertuigen kunnen bijdragen aan oplossingen voor structurele knelpunten in het mobiliteitssysteem,” vertelt Willems. “Maar dat moet veilig gebeuren, met betrouwbare data, technologie én partners die het willen toepassen. Onze taak is om dat ecosysteem te bouwen en te laten zien: zo kan het, en dit is de meerwaarde.” 

Ook de samenwerking met bedrijven als TomTom en Monotch is volgens Hendrix essentieel. “TomTom werkt bijvoorbeeld met industriële data uit voertuigen,” licht hij toe. “Monotch helpt ons deze data te koppelen aan publieke bronnen zoals de NDW (Nationale Databank Wegverkeersgegevens) of het ministerie. Zo ontstaat een completer beeld van wat er op de weg gebeurt en versterken we de maatschappelijke waarde van technologie.” 

Technologische bouwstenen 

De samenwerking binnen DITM draait om het ontwikkelen van Key Enabling Technologies; de bouwstenen van slimme mobiliteit. Denk aan sensoren, communicatiestandaarden, kunstmatige intelligentie en platforms voor datadeling. 

“We willen laten zien dat het combineren van publieke en industriële data enorme meerwaarde heeft,” benadrukt Willems. “Als de ene auto iets anders detecteert dan de andere, en je combineert dat met kaartdata van de overheid, dan leer je van elkaar en verbeter je het systeem. Met één voertuig ben je beperkt; met veel voertuigen en publieke data samen vergroot je veiligheid, duurzaamheid en doorstroming.” 

Volgens Hendrix markeert dat de verschuiving van losse innovaties naar een samenhangend ecosysteem. “Het is prachtig als een bus deels zelfstandig kan rijden, maar hij moet ook echt de weg op. Daarvoor heb je vervoerders en overheden nodig die erin geloven. Anders heb je straks een hightech bus die niemand gebruikt.” 

Van proef naar praktijk 

De resultaten van die aanpak worden inmiddels zichtbaar. Binnen DITM lopen meerdere pilots met geautomatiseerde voertuigen, van logistieke toepassingen tot openbaar vervoer. “VDL ontwikkelt technologie voor bussen die deels autonoom kunnen rijden,” vertelt Willems. “Wij kijken hoe we die technologie breder kunnen toepassen. Kunnen vrachtwagens er bijvoorbeeld ook mee werken? Is de technologie inzetbaar in de haven van Rotterdam of op logistieke corridors in Europa? Dat soort vragen stellen we continu.” 

Die zoektocht leidt telkens tot nieuwe samenwerkingen. “Soms heb je voor de volgende stap andere partners nodig,” vervolgt hij. “Van onderzoekers en softwareontwikkelaars tot beleidsmakers en vervoerders. Binnen de transitiepaden brengen we die werelden bij elkaar.” Hendrix vult aan: “Techniek is één ding, maar zonder beleid, regelgeving en draagvlak kom je niet verder. De kracht van dit project is juist dat we dat hele ecosysteem meenemen: van de techneut tot de bestuurder.” 

Technologie met betekenis 

De maatschappelijke waarde van deze samenwerking is groot. “Automatisering kan helpen bij het tekort aan chauffeurs,” legt Willems uit. “Maar als we dan toch automatiseren, laten we dan zorgen dat het ook veiliger wordt en de doorstroming verbetert. We gaan van individuele voertuigautomatisering naar samenwerking tussen voertuigen en infrastructuur. Dat levert veel meer op.” 

Hendrix vult aan: “Digitalisering helpt niet alleen maatschappelijke uitdagingen op te lossen, maar versterkt ook onze economische positie. We willen dat Nederland banen behoudt en creëert op dit gebied. Technologieën als AI spelen daarin een sleutelrol – niet als doel op zich, maar als middel om data beter te benutten.” 

Die combinatie van maatschappelijke waarde en economische groei is precies wat Brainport onderscheidt. Slimme mobiliteit is hier niet alleen een technologische transitie, maar ook een strategische: een manier om Nederland toekomstbestendig te houden. 

Innovatie met dubbel effect 

Binnen DITM wordt nadrukkelijk gekeken naar dual use: technologieën die zowel maatschappelijke als economische waarde hebben. “Wat we leren bij automatisch rijdende bussen, kunnen we ook toepassen op logistieke voertuigen of industriële toepassingen,” legt Willems uit. “Zo versnellen we innovatie en benutten we investeringen optimaal.” 

Ook op Europees niveau is de aanpak onderscheidend, benadrukt Hendrix. “Nederland laat zien dat we niet alleen goed zijn in technologie ontwikkelen, maar ook in samenwerken. Dat is onze kracht: we verbinden industrie, kennisinstellingen en overheden rond gedeelde doelen.” 

De kennis en systemen die binnen DITM ontstaan, kunnen bovendien dienen als exportproduct. “Veilige datadeling, interoperabele systemen en AI-gestuurde verkeersinformatie – dat zijn thema’s waar heel Europa mee bezig is,” zegt Willems. “Wij laten zien hoe het in de praktijk werkt.” 

Samen leren, samen versnellen 

Een belangrijke pijler van het programma is kennisdeling. Daarom is er intensief contact tussen de consortiumgenoten en ontmoeten ze elkaar ook op speciale events zoals de DITM-Day, of de DITM-Final Event Day die plaatsvindt op 18 juni. “Partijen moeten van elkaar kunnen leren,” vindt Hendrix. “Wat werkt, wat niet, en wat kunnen we daarvan meenemen naar volgende projecten? Die kruisbestuiving is misschien wel onze grootste kracht.” 

Willems knikt: “We kijken niet alleen naar technologie, maar ook naar gedrag, regelgeving en acceptatie. Een systeem kan technisch perfect zijn, maar als gebruikers het niet vertrouwen, werkt het niet. Door al die perspectieven samen te brengen, versnellen we de innovatie.” 

Kennisdeling is daarbij geen bijzaak, maar een van de ontwerpprincipes van DITM. Deelnemende partijen delen data, inzichten en methodieken, waardoor kennis zich sneller verspreidt dan in traditionele projecten. 

Mijlpalen met impact 

De samenwerking begint inmiddels duidelijke resultaten op te leveren. De eerste datakoppelingen tussen publieke en private bronnen zijn gerealiseerd, de samenwerking tussen partners is structureel versterkt en er zijn referentie-architecturen ontwikkeld die als blauwdruk dienen voor nieuwe initiatieven. 

“De grootste mijlpaal is de verbinding die we hebben gelegd,” zegt Hendrix. “Tussen voertuigdata en publieke data, tussen technologie en beleid, tussen kennis en toepassing. Dat is de infrastructuur waarop we verder kunnen bouwen.” 

Willems vult aan: “We hebben laten zien dat datadeling kan – veilig, betrouwbaar en met respect voor privacy en eigenaarschap. Daarmee hebben we een fundament gelegd voor de volgende innovatiegolf.” 

Op weg naar de volgende innovatiegolf 

De komende jaren staan in het teken van doorontwikkeling en opschaling. “We willen de stap zetten van pilots naar structurele toepassingen,” vertelt Willems. “Dat betekent: standaarden vastleggen, governance organiseren en zorgen dat de technologie in de praktijk werkt.” 

Hendrix benadrukt dat samenwerking de sleutel blijft. “We doen dit samen met de partners in Brainport, maar ook daarbuiten. Digitalisering stopt niet bij regiogrenzen. We hebben Europa nodig om deze innovaties echt groot te maken.” De volgende innovatiegolven dienen zich al aan: voertuig-naar-infrastructuurcommunicatie, AI-gestuurde verkeersmanagementsystemen en autonome logistiek. Binnen DITM worden nu de fundamenten gelegd die dat mogelijk maken. 

Naar een slimmer, veiliger en duurzamer mobiliteitssysteem 

Als het aan Hendrix en Willems ligt, is de koers helder: technologie moet bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang. “Door data slim te combineren, kunnen we ongelukken voorkomen, files verminderen en voertuigen efficiënter laten rijden,” zegt Willems. “Dat is goed voor de mens én voor het milieu.” 

Hendrix besluit: “We zijn begonnen met een visie om mobiliteit veiliger, schoner en slimmer te maken. We weten dat dat tijd kost, maar elke samenwerking, elke dataverbinding, elke test brengt ons dichterbij. En dát is de kracht van het programma; samen bouwen we aan de digitale infrastructuur van morgen.” 

TNO is een onafhankelijke onderzoeksorganisatie die innovatieve oplossingen ontwikkelt voor maatschappelijke uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, gezondheid, veiligheid en digitalisering. Met een unieke positie tussen wetenschap en praktijk werkt TNO samen met bedrijven, overheid en kennisinstellingen om technologieën daadwerkelijk toepasbaar te maken. 

RAI Vereniging is de brancheorganisatie voor de mobiliteitsindustrie in Nederland en behartigt de belangen van ruim 700 fabrikanten en importeurs van personenauto’s, vrachtwagens, scooters, fietsen, aanhangwagens en onderdelen. Als verbindende schakel tussen overheid, consument en bedrijfsleven zet zij zich in voor duurzame, veilige en betaalbare mobiliteit. 

Leestips

Meer over DITM