Zeven gouden standaarden, zeven vrouwelijke founders

Brainport Eindhoven logo
Geschreven door Brainport Eindhoven
01 juli 2026

Na ruim veertig jaar in de medische technologie weet Carmen van Vilsteren als geen ander wat nodig is om een goed idee uit te laten groeien tot een innovatie die wereldwijd patiënten helpt. Ze werkte aan producten die in ziekenhuizen over de hele wereld worden gebruikt, bouwde mee aan MedTech-startups, hielp publiek-private samenwerking rond zorginnovatie vooruit en werd in 2025 uitgeroepen tot Fe+male Tech Hero of the Year. Die ervaring zet ze nu in voor een nieuwe ambitie: bijdragen aan zeven medische innovaties die kunnen uitgroeien tot een internationale standaard.

Dat doet Van Vilsteren bewust met vrouwelijke founders. Niet als los diversiteitsthema, maar vanuit de overtuiging dat in de financiering en ontwikkeling van medische technologie nog veel potentieel onbenut blijft. “Ik investeer alleen in vrouwelijke CEO’s”, zegt ze. “Omdat het nodig is.” 

 

Zeven keer wereldwijde impact 

Haar keuze voor vrouwelijke CEO’s komt niet uit de lucht vallen. Van Vilsteren wijst op de scheve verdeling van kapitaal: terwijl 38 procent van de ondernemers in Nederland vrouw is, komt slechts 0,7 procent van het durfkapitaal terecht bij vrouwelijke tech-founders. “Nul komma zeven”, benadrukt ze. “Dáárom investeer ik alleen in vrouwen.”

Voor haar is dat niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid. Ze ziet vooral een markt die kansen laat liggen: talent, ervaring en ondernemerschap dat nog te vaak buiten beeld blijft. Wie betere zorginnovatie wil, moet ook scherper kijken naar wie toegang krijgt tot kapitaal, netwerken en vertrouwen.

In haar portfolio zitten inmiddels bijna vijftien vrouwelijke founders, van twintigers tot zeventigers. Hun bedrijven verschillen sterk van elkaar, maar hebben één ding gemeen: ze richten zich op plekken in de zorg waar nog veel te winnen is. Het gaat onder meer om diagnostiek, robotica voor microchirurgie, regeneratieve materialen voor borstreconstructies, hormoontesten rond zwangerschap en depressie, en herbruikbare operatiekleding.

De gemene deler is niet één technologie, maar één vraag: welk probleem los je op dat nu nog niet goed wordt opgelost? Daar zit voor Van Vilsteren de kern. Technologie alleen is nooit genoeg. Een innovatie moet klinisch relevant zijn, praktisch toepasbaar en uiteindelijk verschil maken voor patiënten.

 

 

Meer dan geld alleen 

Van Vilsteren stapt het liefst vroeg in, vaak als eerste investeerder. Daarmee brengt ze niet alleen kapitaal in, maar ook geloofwaardigheid. Een vroege investering van iemand die de sector kent, kan voor een founder deuren openen naar vervolgfinanciering, partners en nieuwe gesprekken.

Een voorbeeld is ShanX, een bedrijf dat werkt aan een nieuwe diagnostische test. Van Vilsteren stapte als eerste in; daarna haalde het bedrijf 24 miljoen euro aan vervolgfinanciering op. Voor haar laat dat zien wat vroege steun kan doen: een eerste investering is geen eindpunt, maar een hefboom naar de volgende fase.

Van Vilsteren is geen investeerder op afstand. Ze coacht, denkt mee en opent haar netwerk op het moment dat het nodig is. Haar aanpak is persoonlijk en praktisch. “Ik heb een toolbox in mijn hoofd en in mijn achterzak”, zegt ze.

Die toolbox is gevuld met ervaring uit grote bedrijven, startups, kennisinstellingen en beleidsnetwerken. Haar netwerk reikt bovendien verder dan de regio. Bij de TU/e was ze director of the Strategic Area Health, waarmee ze nauw verbonden was aan de kennisbasis achter zorginnovatie. Als voormalig boegbeeld van de Topsector Life Sciences & Health bracht ze wetenschap, bedrijfsleven en publiek-private samenwerking op landelijke schaal bij elkaar. Ze weet hoe anders het is om met een Philips-kaartje aan tafel te zitten dan namens een jonge startup. En ze weet hoeveel er op een CEO afkomt zodra een MedTech-bedrijf richting klinische tests, financiering of marktintroductie beweegt.

Daarom werkt ze praktisch. Founders bellen als ze vastlopen. Vaak lopen strategie en praktijk daarbij door elkaar: welke stap is nu verstandig? Wie moet je spreken? Hoe bereid je je voor op klinische validatie? En hoe houd je het vol in een traject dat jaren kan duren?

Waarom juist Brainport? 

Juist in MedTech is de omgeving waarin een bedrijf groeit van doorslaggevend belang. Een medische innovatie vraagt niet alleen om een goed idee, maar ook om ingenieurs, artsen, onderzoekers, investeerders, productiepartners en mensen die begrijpen hoe een ziekenhuis werkt. Zeker nu de zorg onder druk staat door stijgende kosten en personeelstekorten, groeit de behoefte aan innovaties die patiënten beter helpen én bijdragen aan betaalbare, uitvoerbare zorg.

Volgens Van Vilsteren heeft Brainport daarin een sterke uitgangspositie. Door de technische historie van onder meer Philips, ASML, DAF en het NatLab is er veel kennis op korte afstand beschikbaar. Zelf bouwde ze daar ook aan mee, onder meer bij e/MTIC, waar universiteit, ziekenhuizen en bedrijfsleven samenwerken om zorginnovaties sneller richting de praktijk te brengen.

Precies daarin schuilt voor haar de kracht van de regio: de combinatie van technologie, klinische praktijk en ondernemerschap. Voor MedTech is dat cruciaal. Niet de uitvinding alleen bepaalt succes, maar de vraag of een innovatie ook gevalideerd, geproduceerd en toegepast kan worden. In Brainport komen die werelden volgens Van Vilsteren daadwerkelijk samen. “Je hebt common ground, common language”, zegt ze. “Je kunt onmiddellijk iemand helpen.”

De kracht van een telefoontje 

Dat is precies waarom ze jaren geleden een peergroup opzette voor MedTech-CEO’s in de regio Eindhoven. Toen ze zelf CEO was van Microsure, een TU/e-spin-off die robotchirurgie ontwikkelt, merkte ze hoeveel praktische vragen er op haar afkwamen. Bij Philips is er voor bijna alles een afdeling. In een startup moet je alles zelf uitvinden.

Een voorbeeld: de verzekering voor een klinische trial met de eerste patiënten. Waar begin je als je dat nog nooit hebt gedaan? Welke verzekeraar begrijpt zo’n traject? Welke voorwaarden zijn redelijk? Het kostte haar destijds veel tijd om dat uit te zoeken.

In een goede peergroup gaat dat anders. “Stel dezelfde vraag vandaag”, zegt ze, “en binnen korte tijd heb je reactie. Iemand feliciteert je met de klinische trial. Iemand anders zegt: bel me even, dit heb ik vorig jaar gedaan. Een derde vraagt of hij mag meeluisteren, omdat hij over een half jaar hetzelfde moet regelen.”

Dat is ecosysteemwerking in het klein: ondernemers die elkaar vertrouwen en praktisch verder helpen.

“De primaire vraag is: wil je iemand anders helpen, ja of nee?”

Die eerste peergroup bestaat nog steeds. Inmiddels hielp Van Vilsteren meerdere vergelijkbare groepen op te zetten. Bewust kleinschalig: vertrouwen en openheid verdwijnen zodra een groep te groot wordt of concurrenten te dicht op elkaar zitten. Juist in die beslotenheid kunnen ondernemers delen wat er echt speelt: financiering, personeel, klinische stappen, onzekerheden en fouten.

Groeipotentie in women’s health 

Van Vilsteren ziet in Brainport een regio waar kennis, ervaring en ondernemerschap bij elkaar komen. Juist daarom ziet ze groeipotentie op plekken waar nu nog vragen onbeantwoord blijven.

Women’s health is een belangrijk voorbeeld. Lange tijd was veel medische kennis gebaseerd op het mannelijke lichaam. Klachten en ziektebeelden bij hart- en vaatziekten uiten zich bij vrouwen vaak anders dan bij mannen. Vrouwen kunnen bijvoorbeeld een andere vorm van hartfalen krijgen, waarbij kleine bloedvaten verkrampen. “Nu weten we het”, zegt Van Vilsteren. “Maar we hebben nog geen oplossing.”

Dat zulke vragen lang onzichtbaar bleven, heeft ook te maken met wie er meepraat, meebeslist en onderneemt. Vrouwelijke founders krijgen volgens Van Vilsteren nog te vaak geen vanzelfsprekende plek aan tafel. En dat heeft gevolgen. Niet alleen voor wie toegang krijgt tot kapitaal, netwerk en vertrouwen, maar ook voor welke vragen überhaupt worden gesteld.

Voor Van Vilsteren onderstreept dat waarom MedTech niet alleen technologiegedreven mag zijn. Het vertrekpunt moet de patiënt zijn. “Technologie kan alles”, zegt ze. “Maar daarom moet je scherper kijken: voor wie ontwikkelen we, vanuit welk perspectief, en wat zien we daardoor misschien over het hoofd?”

Juist daar ligt voor Brainport een kans. In een regio waar technologie, zorg en ondernemerschap zo dicht bij elkaar komen, kunnen andere perspectieven sneller leiden tot innovaties die écht verschil maken. Als meer talent toegang krijgt tot kapitaal, kennis en netwerk, kan het ecosysteem groeien én kunnen zorgvragen die nu onbeantwoord blijven sneller richting oplossingen worden gebracht.

Over tien jaar 

Vraag Van Vilsteren waar ze over tien jaar wil staan, en ze komt direct terug bij haar ambitie: zeven gouden standaarden, gerealiseerd met zeven vrouwen. Innovaties die wereldwijd worden gebruikt en in de praktijk echt verschil maken.

Ze ziet het concreet voor zich: diagnostiek die breed inzetbaar wordt, technologie die vrouwen rond zwangerschap en perinatale depressie eerder helpt, en oplossingen die artsen betere keuzes geven en patiënten sneller verder helpen. Groot gedacht, maar klein begonnen: met één founder, één investering, één vraag en één telefoontje naar iemand die kan helpen.

Juist daarin zit ook de belofte van Brainport MedTech. Wereldwijde impact begint vaak dichtbij, in een regio waar kennis, ervaring en ondernemerschap elkaar kunnen versterken. Voor Van Vilsteren is dat geen vergezicht, maar dagelijkse praktijk. En precies daaraan bouwt ze nog altijd verder.

Leestips