Cybersecurity als randvoorwaarde voor het energienet van morgen

Elektrische voertuigen worden steeds vaker onderdeel van het energienet. Ze laden niet alleen stroom, maar spelen ook een rol in opslag en teruglevering. Binnen het programma DITM (Digitale infrastructuur Toekomstbestendige Mobiliteit) onderzoekt inQuisitive hoe die ontwikkeling veilig en betrouwbaar kan plaatsvinden.
Het bedrijf analyseert en test de cybersecurity van de interactie tussen voertuigen en de EnergyPod, en brengt in kaart waar risico’s kunnen ontstaan in de keten. Want, zoals oprichter Christiaan Bouwmeester het verwoordt: “Als je een EnergyPod via een voertuig kunt hacken, dan raakt dat uiteindelijk het hele energienet.”
Christiaan Bouwmeester kijkt van nature naar wat er mis kan gaan: systemen die nét niet goed samenwerken, software die op papier klopt maar in de praktijk kwetsbaar blijkt. Met inQuisitive -het bedrijf dat hij oprichtte en dat inmiddels zo’n dertig specialisten telt- houdt hij zich dagelijks bezig met het testen en bevragen van digitale systemen. “Alles wat met software en hardware te maken heeft, en zeker de combinatie daarvan, brengt risico’s met zich mee,” zegt hij. Precies die manier van denken bracht inQuisitive naar het hart van het DITM-project.

Van auto naar energienet
Binnen DITM wordt gewerkt aan een oplossing waarbij mobiele opslagcapaciteit kan worden ingezet als buffer voor het elektriciteitsnet. Zodra die opslag onderdeel wordt van het elektriciteitsnet, wordt veiligheid een randvoorwaarde. “Dan moet je kunnen vertrouwen op de hele keten,” zegt Bouwmeester. In de beginfase van het project werd het begrip ‘accu’ nog breed geïnterpreteerd. Ook voertuigaccu’s vielen daaronder. Dat zette hem aan het denken. “Wat nou als je die keten verder doortrekt?” zegt hij. “Als straks ook zonnepanelen met het net communiceren, wil je zeker weten dat dat veilig gebeurt.”
Die gedachte markeerde het moment waarop inQuisitive bij het project werd betrokken. Met de opdracht om scherp te kijken naar cybersecurity, ketenveiligheid en systeemgedrag, en zo bij te dragen aan oplossingen die ook in de praktijk standhouden. “We werden gevraagd om vooruit te kijken,” zegt Bouwmeester, “naar de scenario’s waar je liever nu bij stilstaat dan wanneer een systeem live is.”
Werkpakket drie: mobiele opslag en stabiliteit
inQuisitive is primair betrokken bij werkpakket drie, dat draait om mobiele opslagcapaciteit en het stabiliseren van het elektriciteitsnet. “Het doel van werkpakket drie is aantonen dat we mobiele opslagcapaciteit kunnen gebruiken om congestie op het netwerk te voorkomen of te verhelpen,” legt Bouwmeester uit. De EnergyPod -een mobiel energieopslagsysteem dat kan laden, ontladen en communiceren met het energienet- speelt daarin een centrale rol.
De fysieke EnergyPod is nog niet volledig gereed, maar softwarematig is er al veel mogelijk. “We kunnen simuleren dat we de pod kunnen aansturen, laden en ontladen, en daar allerlei scenario’s op loslaten,” zegt Bouwmeester. “Dat is heel tof.” Het idee van mobiele opslag blijft niet beperkt tot één apparaat. Ook een elektrische stadsbus past in dat beeld. “Zo’n bus is in feite ook een verrijdbare accu,” zegt Bouwmeester. “Er zit gewoon een hele grote batterij in.”
De EnergyPod maakt deel uit van een groter ecosysteem, waarin ook de Energy Hub een rol speelt. “Een Energy Hub is een samenkomst van verschillende energiestromen,” legt Bouwmeester uit. “Auto’s, zonnepanelen, netstroom. In het midden zit als het ware een schakeldoos die bepaalt waar energie vandaan komt en waar die naartoe gaat.” De EnergyPod is binnen dat systeem een zelfstandig apparaat. “Je kunt zeggen: je moet nu laden of ontladen. Dat is wat de EnergyPod doet.”
Variëteit als grootste uitdaging
De grootste technologische uitdaging zit volgens Bouwmeester niet zozeer in de hardware, maar in de enorme variëteit aan software. “Met name het veilig houden daarvan,” zegt hij. “Er zijn voorspellingen dat mensen straks veertig apparaten thuis aan het internet hebben hangen.” Veel van die apparaten zijn aangesloten op het stroomnet en sturen andere systemen aan. Daarmee beïnvloeden ze het energienet. “Dat zijn allemaal systemen met software van verschillende leveranciers,” zegt Bouwmeester. “Je weet niet precies wat die software doet, en wie daar eventueel invloed op kan uitoefenen.”

Zijn voorbeeld is alledaags. “Mijn ene buurman heeft zonnepanelen uit China, de andere uit Duitsland,” zegt hij. “Ze komen overal vandaan, maar we sluiten ze allemaal aan op hetzelfde energienetwerk.” Dat maakt het speelveld complex en lastig te overzien. Die uitdaging speelt deels in de toekomst, maar is volgens hem nu al relevant. “De markt is niet volledig gecontroleerd. We willen het ecosysteem veilig houden. Dat is een grote uitdaging.”
Standaarden en certificering
Binnen DITM wordt daarom sterk ingezet op standaardisatie. “Stel dat je een auto wilt gebruiken om het energienet te balanceren,” zegt Bouwmeester. “Dan willen we dat die auto aan bepaalde kwaliteitseisen en certificeringen voldoet.” Hetzelfde geldt voor laders en andere componenten in de keten. De kernvraag is steeds dezelfde: hoe laat je al die onderdelen veilig samenwerken? “Als de laadpaal gecertificeerd is, aan welke eisen moet de auto dan voldoen? En wat betekent dat voor de dienstverlener?” vraagt Bouwmeester zich af. “Uiteindelijk zijn het menselijke systemen en is niets honderd procent veilig. Maar we hebben hier wel degelijk stappen in gezet.”
Het ecosysteem binnen het project is bewust beperkt gehouden. “We werken met VDL, Heliox en NXP,” zegt hij. “Binnen werkpakket drie willen we straks kunnen zeggen: dit werkt én het werkt veilig.” Securitytests en simulaties moeten dat aantoonbaar maken.
Van Eindhoven naar Europa
Op dit moment speelt het project zich af in Eindhoven en omgeving. Bouwmeester: “Uiteindelijk willen we naar een Europees systeem. Hoe sneller we stappen zetten, hoe sterker het signaal dat we kunnen afgeven.” Dat signaal is volgens hem niet alleen belangrijk richting de markt, maar ook richting overheden. “Dan kun je op een gegeven moment zeggen: dit zijn de voorwaarden waaraan je moet voldoen als je hier wilt laden.”
De urgentie daarvan blijkt uit voorbeelden uit de praktijk. “Er stonden laatst duizenden auto’s stil omdat een server niet bereikbaar was,” vertelt Bouwmeester. “Dat is misschien een fout van een leverancier, maar je wil niet dat iemand van buitenaf bewust zo’n situatie veroorzaakt.” Dat risico is reëel. Daarom pleit hij voor duidelijke standaarden en wetgeving. “Dit soort projecten zijn niet alleen geschikt om producten te ontwikkelen,” zegt hij, “maar ook om standaarden en use cases neer te zetten.”

Kabels, hacks en alledaagse keuzes
Cybersecurity zit soms in onverwachte details. “Veel communicatie gebeurt draadloos,” zegt Bouwmeester. “Terwijl communicatie via een kabel vaak veiliger is.” Tegelijkertijd waarschuwt hij voor onderschatte risico’s. “Een van de meest gebruikte trucs van hackers is het verwisselen van kabeltjes.”
Ook laadkabels zouden volgens hem aan standaarden moeten voldoen. “Je kunt een laadkabel van vier- tot vijfhonderd euro kopen,” zegt hij, “of eentje via AliExpress voor een paar tientjes. Veel mensen maken die laatste keuze. En daar wordt het spannend.”
Maatschappelijke impact
Voor de gemiddelde Nederlander is de impact van de EnergyPod nu nog beperkt zichtbaar. Maar dat gaat veranderen, verwacht Bouwmeester. “Als we de use cases kunnen aantonen en dit op grotere schaal kunnen uitrollen, ga je minder oproepen horen om rond zes uur niet te koken, of je auto op te laden.”
Zo’n toekomst schetst hij in eenvoudige beelden. “Stel dat er in Eindhoven veel zonne-energie is en in Helmond een woonwijk te weinig stroom heeft,” zegt hij. “Dan rijden we een bus met opslagcapaciteit daarheen, pluggen hem in en voorzien die wijk van stroom.” Dat zou netcongestie verminderen en het aansluiten van woningen en bedrijven versnellen.
Wetgeving als rem
Tegelijkertijd laat de huidige wetgeving nog weinig ruimte voor het delen van energie. “Als ik mijn auto met zonne-energie laad en mijn buurvrouw heeft te weinig stroom, dan mag ik die stroom niet delen,” zegt Bouwmeester. “Dan ben ik ineens energieleverancier.” Terwijl het idee van delen voor hem juist vanzelfsprekend is. “Als ik eten over heb, breng ik dat ook naar mijn buurvrouw,” zegt hij. In zijn ogen laat dat zien waar een samenleving om draait: slimmer omgaan met wat er is en elkaar helpen waar dat kan. Projecten als DITM maken zichtbaar hoe dat ook voor energie zou kunnen werken.
Wetgeving verandert langzaam, weet hij. “De markt beweegt eerst, daarna volgt de wetgever.” Juist daarom ziet hij de waarde van dit soort projecten, waarin met concrete voorbeelden wordt verkend hoe delen, samenwerken en flexibiliteit een plek kunnen krijgen in het energiesysteem van de toekomst.
Samen leren in de keten
Het einde van het programma komt in zicht en daar staat het testen van de volledige keten centraal. “We hopen de EnergyPod op tijd fysiek te hebben,” zegt Bouwmeester. “Dan kunnen we laten zien dat alles samenwerkt, en dat inbreken niet lukt.” In maart staan de eerste ketentests gepland, in juni volgt de grote presentatiedag.
Wat daarna komt? “Eerst vieren dat we dit samen hebben neergezet,” zegt hij. “En daarna kijken hoe we dit verder brengen.” Voor inQuisitive betekent dat ook leren hoe ze hun kennis beter kunnen delen. “We zijn een klein bedrijf en hebben hier veel geleerd.”
Wat hem misschien nog het meest is bijgebleven, is het samenspel tussen de verschillende partijen. “Je zit soms in overleggen en denkt: dit gaat ver boven mijn hoofd,” zegt Bouwmeester lachend. “Bijvoorbeeld als het over cryptografie gaat. Dan zit ik echt te knipperen met mijn ogen.” Juist dat maakt het project voor hem waardevol. “Iedereen kijkt vanuit zijn eigen expertise, en samen ontdek je hoe alles op elkaar ingrijpt.”
