
‘Ik leer woorden uit de thuistaal van kinderen, want dan voelen ze zich veilig’

De Brainportregio wordt steeds internationaler. Dat biedt kansen, maar vraagt ook iets van kinderopvanglocaties en het basis-, voorgezet- en speciaal onderwijs. Daarom werken overheden, het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen samen aan het waarmaken van dezelfde ambitie: in 2027 is de regio zo ingericht dat ze kan inspelen op de steeds fluctuerende instroom van internationale kinderen. Hoe we dat doen, en waar kansen en uitdagingen liggen? Daarover vertellen pedagogisch medewerkers, leraren, bestuurders en beleidsmakers. Deze keer: Susette Victoria, pedagogisch medewerker bij Korein Kiplinglaan in Eindhoven.
‘Toen mijn kinderen hier zelf op de peuterspeelzaal zaten, kon je de meertalige kinderen op één hand tellen’, vertelt Susette, die al twaalf jaar als pedagogisch medewerker bij Korein werkt. ‘Nu zie je in mijn groep van zestien peuters al zeven verschillende nationaliteiten. Negen, als ik mezelf en mijn collega’s erbij reken.’ Susette komt van de Antillen, maar kwam op haar 21ste naar Nederland. ‘Mijn moeders manier van opvoeden was anders dan die van de gemiddelde Nederlander. Nu helpt die ervaring me juist in mijn werk. Ik begrijp ouders met andere culturele achtergronden nét wat beter.’

Zelfstandiger en mondiger
Als voorbeeld noemt Susette de mate van zelfstandigheid van kinderen. ‘In Nederland ligt daar veel nadruk op. Kinderen leren al vroeg om hun eigen boterham te smeren of om zelf hun jas uit te trekken. Ouders met een andere culturele achtergrond zijn dat niet gewend. Zij maken bijvoorbeeld toch alvast de rits open.’ Nog zo’n voorbeeld: volgens Susette zijn Nederlandse kinderen mondiger. ‘Ze worden gestimuleerd om een eigen mening te hebben, eigen keuzes te maken en voor zichzelf op te komen. In mijn opvoeding lag de nadruk veel meer op gehoorzamen en op je ‘netjes’ gedragen. In veel andere culturen is dat ook zo. Het is belangrijk dat ouders en kinderen met een andere achtergrond ook Nederlandse waarden meekrijgen. Dat helpt om het onderwijssysteem hier beter te begrijpen.’
Weten wie je bent
Toch vindt Susette dat er ook ruimte moet zijn voor de eigen cultuur. ‘Voor mijn kinderen heb ik het altijd belangrijk gevonden dat zij weten wie ze zijn. Daar hoort in hun geval de Antilliaanse cultuur en het Papiaments bij.’ De thuiscultuur en -taal van de kinderen in haar groep zijn dan ook welkom in de kinderopvang. ‘Sterker nog: vaak vraag ik ouders naar belangrijke woorden in hun taal, zoals ‘mama’, ‘papa’, ‘huis’ of ‘wc’. Die leer ik dan, zodat ik een beetje kan communiceren met het kind. Dat geeft een veilig gevoel. Bij Korein vinden we dat belangrijk. Pas als een kind zich veilig voelt, richten wij ons op taalstimulering. Want dan komen ze pas aan ontwikkelen toe.’ Dat gebeurt bijvoorbeeld door peuters bij groep 1/2 van de naastgelegen basisschool mee te laten spelen. ‘Zo horen ze Nederlands van kinderen die verder zijn in hun taalontwikkeling. Dat helpt hen om nieuwe woorden op te pikken.’

Aandacht voor de moedertaal
Niet alleen het ontwikkelen van het Nederlands, maar ook van hun moedertaal vindt Susette belangrijk voor meertalige kinderen. Daarom houdt ze met Indiase ouders iedere twee weken een voorleesuurtje in het Hindi. ‘Dat willen we uitbreiden. Denk aan een Turks voorleesuurtje. Voorlezen in de thuistaal geeft niet alleen een veilig gevoel, maar als een kind de moedertaal goed beheerst, kan diegene ook gemakkelijker Nederlands leren.’
Al die verschillende culturen onder één dak levert Susette heel wat op. ‘Ik heb natuurlijk mijn eigen waarden en normen, maar besef hier iedere dag dat die niet de standaard zijn. Ik leer om me in de ander te verplaatsen, met een open houding. Wat is belangrijk voor diegene? En wat hoort bij welke cultuur? Daardoor krijg ik meer begrip voor anderen en gaan ouders me steeds meer vertrouwen. Dat is mooi, want we willen beiden hetzelfde: het beste voor het kind.’
Niet bang voor de toekomst
De toename van het aantal internationale kinderen ziet Susette de komende jaren nog wel even doorzetten. ‘Dat vraagt meer van ons als pedagogisch medewerkers. We moeten onze aanpak afstemmen op elk individueel kind. Het is daarbij belangrijk dat wij ons verdiepen in meertaligheid en in de Engelse taal. Als er nog meer meertalige kinderen komen, zal dat best uitdagend worden. Tegelijkertijd ben ik niet bang voor de toekomst. Er is altijd een oplossing, heb ik wel geleerd. Die komt er door hierover te blijven praten met ouders én met collega’s op de werkvloer.’
Regionale Uitvoeringsagenda Internationalisering Onderwijs
Dit artikel is onderdeel van een reeks interviews met bestuurders en professionals uit de kinderopvang en het onderwijs. Zij vertellen over wat internationalisering van het onderwijs voor hen betekent en hoe zij werken aan de Regionale Uitvoeringsagenda.
Deze agenda gaat over de kansen die internationalisering van de Brainportregio biedt, maar gaat ook in op de druk die dit met zich meebrengt voor de kinderopvang en het funderend onderwijs. Samen werken we aan een passend en flexibel onderwijsaanbod voor de verschillende doelgroepen, en aan fysieke onderwijsvoorzieningen. We zorgen ervoor dat alle kinderen zich welkom voelen in de Brainportregio én dat alle kinderen de kansen die onze regio biedt optimaal kunnen benutten.
De agenda kun je hier downloaden. Voor meer informatie neem je contact op met Mieke Zijlstra, programmamanager, m.zijlstra@brainportdevelopment.